logo

Ik denk met mijn ogen!

Dom is je kind niet, maar toch gaat het in de klas niet lekker. Tijdens taal heeft hij tijd nodig om op een woord te komen en onder de rekenles tekent hij liever stripverhaaltjes in zijn schrift. Is hij misschien een beelddenker en wat betekent dat in de praktijk?

In iedere klas zitten er wel een paar… beelddenkers. Deze kinderen hebben het vaak moeilijk, omdat het lesmateriaal op veel scholen gericht is op begripsdenkers, ofwel woordelijke redenerende denkers. “Het zit er wel in maar het komt er niet uit” is een uitspraak die ik vaak hoor.

Niet elke beelddenker is gelijk, maar er zijn wel verschillende kenmerken te benoemen die jonge beelddenkers in de klas laten zien. Hoewel beelddenkers een voorkeur hebben voor het in beelden denken, zijn er ook beelddenkers die een goed gevoel voor taal hebben. Veel beelddenkers krijgen echter lees- en/of spellingproblemen op school.

Beelddenkers hebben vaak moeite met:

  • Tijdsbesef Beelddenkers hebben moeite met volgorde en tijd, omdat in hun hoofd altijd alles tegelijkertijd aanwezig is. Volgorde is daarbij niet van toepassing.
  • Werktempo Het werktempo van een beelddenkend kind is vaak lager dan gemiddeld, omdat hij steeds weer van taal naar beeld en andersom moet vertalen in zijn hoofd.  Het werktempo bij handelen en reageren zijn vaak weer wel hoog.
  • Concentratie Beelddenkers hebben een zwakke concentratie, omdat zij alle geluiden om hen heen willen ‘zien’.
  • Dromerig Beelddenkers dromen vaak weg in hun eigen verhaal/beeld. Het lijkt of zij niet opletten, maar het overkomt hen gewoon.
  • Regels Een beelddenker heeft moeite om zich aan regels te houden.
  • Zoeken naar woorden Je ziet vaak woordvindingsmoeilijkheden bij beelddenkers. Dit komt omdat ze het woord niet bij het beeld kunnen vinden. Daardoor vervallen ze vaak in het gebruik van woorden als:  je-weet-wel, dinges, of die/dat. Beelddenkers gebruiken vaak synoniemen voor het woord dat ze zoeken. Hoewel het dan niet helemaal klopt wat ze vertellen, kunnen andere mensen het wel begrijpen.
  • Woordenschat Een beelddenker wordt vaak niet begrepen door andere mensen. Dit komt door de woordenschat die beelddenkers gebruiken. Zij hebben hun eigen, vaak beperkte, woordenschat. Een beelddenker zal bijvoorbeeld over papa praten en niet over een vader. Beelddenkers gebruiken weinig `moeilijke` woorden. Dit wordt veroorzaakt door het vertalen van de beelden (ordening van tijd). Er zit geen begin en einde aan een verhaal.
  • Ruimtelijke oriëntatie De beelddenker kan moeilijk de begrippen links en rechts onderscheiden en het oriënteren in de ruimte is vaak lastig; motorische vaardigheden als fietsen, zwemmen, balspelen en schrijven zijn moeilijk te leren. Daarnaast maakt hij/zij vaak lange tijd veel fouten met de volgorde van letters, zinnen en cijfers.
  • Taalontwikkeling Beelddenkers hebben vaak een taalachterstand opgebouwd. Taal is voor hen niet het communicatiemiddel. Door gebaren, wijzen, voordoen of tekenen kunnen zij zich makkelijker uiten. Daar vloeit uit voort dat ze zwijgzaam kunnen zijn.
  • Weinig woorden Een beelddenker gebruikt vaak weinig woorden om iets te vertellen. In hun hoofd hebben ze alles al gezien en voor sommige woorden hebben kennen ze niet geen beeld, dus deze worden niet benoemd. Ze maken korte onvolledige zinnen. Sommige stukken van hun verhaal zullen ze weglaten, omdat ze denken het al verteld te hebben.
  • Gedachten verwoorden Het is voor een beelddenker lastig om zijn gedachten te verwoorden. De hoeveelheid informatie in hun hoofd is niet altijd even snel te vertalen in spreektaal. Antwoorden laten daardoor vaak langer op zich wachten en de kinderen komen stil en verlegen over.
  • Instructies opvolgen Beelddenkers hebben problemen met het opvolgen van instructies. Vaak heeft het kind geen beeld bij wat er van hem wordt verwacht en begrijpt hij het niet. Deze kinderen krijgen ook vaak te veel informatie in één keer, waarbij bij de verwerking in hun hoofd het idee ontstaat dat ze alles wat ze gezien hebben ook al gedaan hebben. Na één ding gedaan te hebben, menen ze met alles al klaar te zijn. Ook is het moeilijk alle informatie te ordenen en op volgorde van tijd uit te voeren.
  • Letterlijk nemen Beelddenkers nemen de informatie die hen verteld wordt of die ze lezen vaak letterlijk op. Ook al is de betekenis er van niet letterlijk. Ze zien dingen precies zo voor zich als ze verteld worden. Spreekwoorden, uitdrukkingen en overdrachtelijk taalgebruik zijn vaak een probleem voor hen!
  • Zwak in analyse Een beelddenker kan een probleem niet goed analyseren. Zij vinden het lastig om zaken voor zichzelf op een rijtje te zetten en/of structuur aan te brengen. Denk aan agenda invullen, huiswerk plannen.
  • Afwezige indruk Een beelddenker kan een trage, soms afwezige indruk maken, doordat ze een naar binnen gekeerd gedrag vertonen.
  • Automatiseren Beelddenkers hebben moeite met het automatiseren van sommen. Denk aan eenvoudige + en – sommen en de tafels.

Beelddenkers hebben het geluk dat ze:

  • Heel creatief zijn
  • Een goed gevoel voor ritme en muziek hebben
  • Een groot ruimtelijk inzicht hebben, ze kunnen goed driedimensionaal denken.
  • Vaak de oplossing zien, zonder te weten hoe ze daar aan zijn gekomen. Buiten de kaders kunnen denken en verrassende ideeën hebben.
  • Veel fantasie hebben.
  • Feeling hebben voor kleuren, schaduwen en tekentechnieken.

In de praktijk werk ik met deze kinderen met kleuren, symbolen en beweging aan bijvoorbeeld spelling of rekenen. Op deze manier maak ik gebruik van de sterke kant van de beelddenker om te leren!

Wil je meer weten over de mogelijkheden van (persoonlijke) coaching zodat je voor jouw kind de juiste begeleiding hierbij krijgt? Neem dan vrijblijvend contact met me op: www.praktijkspringtij.nl of  mail naar info@praktijkspringtij.nl

 

 

 

Comments are closed.

Contact